Page 7 - KiVa Gids Voor Ouders
P. 7
Onderzoek wijst uit dat alle kinderen in de klas een rol bij het pesten hebben. De percentages geven aan hoeveel kinderen gemiddeld op die manier bij pesten betrokken zijn.
• De pester neemt het initiatief tot pesten. Gemiddeld is 10% tot 15% van de leerlingen pester.
• Ongeveer 10%-15% van de kinderen is assistent van de pesters. Assistenten spelen geen hoofdrol bij het pesten, maar doen wel actief mee met de pesters.
• 10%-15% van de kinderen versterkt het pesten. Een versterker pest niet direct mee, maar kijkt toe of lacht om het pesten. Op die manier geeft een versterker de pester positieve feedback, waardoor deze door zal gaan met pesten.
• Ongeveer 10%-15% van de schoolgaande kinderen is slachtoffer van pesten.
• Slachtoffers worden soms geholpen door verdedigers. 10%-15% van de kinderen komt op voor de slachtoffers en probeert hen te steunen. Verdedigers proberen het pesten te laten stoppen of troosten het gepeste kind.
• Buitenstaanders weten vaak van het pesten maar grijpen niet in. Buitenstaanders helpen de pesters of slachtoffers niet en vertellen ook niet aan de leer- kracht of ouders dat er gepest wordt. Juist doordat buitenstaanders blijven zwijgen, stemmen ze in met het pesten: wie zwijgt, stemt toe. De meeste kinderen - ongeveer 25-45% - hebben deze rol.
“Uiteindelijk zullen we ons niet de woorden van onze vijanden
herinneren, maar het zwijgen van onze vrienden”
Dit citaat van Martin Luther King geeft een goede beschrijving van de gevoelens van iemand die jarenlang gepest wordt. Kinderen die slachtoffer van pesten zijn, hebben regelmatig het gevoel dat niemand om hen geeft. Er zijn verschillende redenen waarom buitenstaanders het moeilijk vinden om de kant van het slachtoffer te kiezen. Een belangrijke reden is angst: kinderen die het slachtoffer helpen, lopen risico zelf gepest te worden. Ook weten kinderen vaak niet goed hoe ze slachtoffers kunnen helpen. Een doel van KiVa is om kinderen te leren dat ze door kleine handelingen kunnen laten zien dat ze aan de kant van het slachtoffer staan: “Ik sta aan jouw kant”, “Ik wil je helpen” of “Ik vind het fout wat ze doen.”
Als het pesten lang voortduurt, gaan veel kinderen steeds negatiever over gepeste kinderen denken. In de groep kan het normaal worden om het gepeste kind slecht te behandelen. De normen van de groep staan dan niet toe dat slachtoffers worden verdedigd of dat er met hen wordt omgegaan. Als leerkrachten en ouders niet duidelijk tegen pesten optreden, kunnen kinderen zelfs gaan denken dat dit soort gedrag acceptabel is.
7


































































































   5   6   7   8   9