Vaste onderdelen

KiVa bestaat uit de volgende vaste onderdelen:

STARTtraining

KiVa begint met een STARTtraining voor het personeel van de school. Deze training vindt meestal op de school zelf plaats en wordt gegeven door een gecertificeerde KiVa-trainer. De training duurt in totaal twee dagen; dit kan worden verdeeld over meerdere dagdelen.

Tijdens de training komen de uitgangspunten en de theorie van KiVa uitgebreid aan bod. Daarnaast wordt onder meer ingegaan op de borging van KiVa op de school, de rol van het KiVa-team, de samenwerking met de ouders en de preventieve en curatieve onderdelen van KiVa.

Verder wordt voor, tijdens of vlak na de STARTtraining het KiVa-team gevormd. Dit team is verantwoordelijk voor een goede borging van KiVa op de school en het eerste aanspreekpunt voor wanneer er zich toch (pest)problemen voordoen. Het KiVa-team kan in dat geval samen met de leerkracht de situatie onderzoeken en oplossen.

Wilt u meer informatie? Neem dan contact met ons op.

Het KiVa-team

Iedere KiVa-school heeft een werkgroep die bestaat uit minstens drie medewerkers: het KiVa-team. Het KiVa-team bestaat doorgaans uit enthousiaste leerkrachten of ib-ers die kundig zijn en gemotiveerd zijn om bij te dragen aan een sociaal veilig klimaat op school.

Een van de belangrijkste taken van het KiVa-team is er voor te zorgen dat KiVa goed wordt geborgd op de school. KiVa moet leven. Daarnaast probeert het KiVa-team samen met de groepsleerkrachten de voorkomende (pest)problemen op te lossen. Verder is het KiVa-team het aanspreekpunt van de school voor de KiVa-trainer en coördineert het team onder andere het invullen van de KiVa-vragenlijsten, de teamvergaderingen en het ondersteunen van de leerkracht met het oplossen van pestproblemen. Om deze taken goed uit te voeren is het wenselijk dat het KiVa-team maandelijks bijeenkomt. 

Wilt u meer informatie? Neem dan contact met ons op.

De KiVa-handleiding voor leerkrachten

KiVa heeft twee handleidingen voor leerkrachten; een handleiding voor de onderbouw (groep 1 t/m 4) en een handleiding voor de bovenbouw (groep 5 t/m 8). Beide handleidingen bestaan uit tien thema's die gedurende het schooljaar worden doorlopen.

Binnen elk thema staat een aantal leerdoelen centraal. In het thema worden werkvormen en oefeningen aangedragen waarmee die doelen worden behaald. Deze werkvormen en oefeningen zijn overigens een middel en geen doel opzich. Dus als een leerkracht zelf leuke werkvormen, oefeningen of projecten heeft waarmee de doelen worden bereikt, dan kunnen die dus gewoon worden ingezet. Op die manier werkt iedereen vanuit zijn of haar eigen kracht!

In onderstaande video worden de handleidingen uitgebreid toegelicht.

De KiVa-monitor

Op KiVa-scholen vullen leerlingen twee keer per jaar een digitale vragenlijst in. De vragen gaan onder meer over welbevinden, sociale veiligheid, pesten en (vriendschaps)relaties in de klas.

Groepsleerkrachten krijgen vervolgens een rapport van hun groep, inclusief sociogrammen. Met het groepsrapport krijgen zij een helder beeld van hoe hun groep in elkaar steekt, zodat zij hun handelen daarop kunnen aanpassen. Leerkrachten vinden de groepsrapporten en sociogrammen erg waardevol. 

Verder levert KiVa een rapport op schoolniveau. In dit schoolrapport worden de trends en ontwikkelingen op schoolniveau gepresenteerd. Dat levert goede informatie op waarmee beleid kan worden ontwikkeld, getoetst en verbeterd. 

Leerlingmonitoring: een wettelijke verplichting

Scholen zijn wettelijk verplicht de sociale veiligheid onder leerlingen te monitoren door middel van een gevalideerde leerlingvragenlijst. Met de KiVa-monitor voldoen scholen aan deze wettelijke verplichting. De Onderwijs Inspectie heeft aangegeven zeer enthousiast te zijn over de KiVa-monitor. KiVa werkt dan ook samen met de Inspectie van het Onderwijs en levert het schoolgemiddelde - indien de school daar toestemming voor geeft - aan bij de Inspectie. Scholen hoeven dus niks te doen. Ze worden volledig ontlast en voldoen met de KiVa-monitor aan de wettelijke verplichting om de sociale veiligheid te monitoren onder leerlingen. 

In onderstaande video wordt de KiVa-monitor uitgebreid toegelicht.

Curatieve onderdelen van KiVa

Voorkomen is beter dan genezen. Daarom zet KiVa vooral in op preventie; op het voorkomen van problemen. Echter, wanneer er zich toch problemen voordoen dan biedt KiVa ook curatieve onderdelen waarmee de problemen kunnen worden opgelost. Zo kent KiVa onder meer het curatieve groepsgesprek, de steungroepaanpak en de herstelaanpak.

Het curatieve groepsgesprek
In elke groep kunnen problemen ontstaan. Denk aan ruzies, conflicten of pestproblemen. Ook kan zich bij een groepslid een verdrietige of moeilijke situatie voordoen, zoals het overlijden van een familielid. Dit zijn zaken die acute aandacht vragen. Hoewel niet iedere situatie zich daarvoor leent, heeft KiVa als uitgangspunt dergelijke situaties en gebeurtenissen in de groep te bespreken.

KiVa biedt daarvoor een werkvorm als leidraad voor de leerkracht: het curatieve groepsgesprek. Met het curatieve groepsgesprek kan de leerkracht bovenstaande situaties met de groep bespreken. Want, met KiVa zijn we er voor elkaar. Hoewel een blauwdruk voor een groepsgesprek niet te geven is - iedere groep en iedere situatie vraagt immers om een eigen aanpak - heeft KiVa een stappenplan, duidelijke tips en richtlijnen voor hoe een delicaat onderwerp met de groep kan worden besproken. 

De steungroepaanpak
Wanneer een leerling ondanks KiVa tóch wordt gepest, dan kan de leerkracht in overleg met de leerling en het KiVa-team besluiten tot het inzetten van de steungroepaanpak. Ook deze werkvorm - die gelijkenissen vertoont met de No Blame aanpak - wordt in de KiVa-handleiding uitgebreid behandeld. Op die manier kunnen KiVa-scholen de steungroepaanpak zelfstandig inzetten.

Bij de steungroepaanpak wordt het stoppen van pesten de gezamenlijke verantwoordelijkheid van een select groepje leerlingen. Dit groepje wordt zorgvuldig samengesteld en bestaat uit ongeveer 6 tot 8 leerlingen. Het is namelijk belangrijk dat naast de pesters en de assistenten er ook leiders, prosociale kinderen (verdedigers) en neutrale kinderen (buitenstaanders) in het groepje komen.

Het doel van de steungroepaanpak is dat het pesten stopt en de leerling zich weer prettig voelt. Binnen de groep worden duidelijke afspraken gemaakt. Ieder lid van de steungroep wordt als groepslid verantwoordelijk voor het verbeteren van de situatie van het gepeste kind. De steungroep moet gezamenlijk concrete voorstellen bedenken hoe ze er voor kunnen zorgen dan de leerling zich weer prettig gaat voelen op school. Na ongeveer een week wordt er met de gepeste leerling een evaluatiegesprek gevoerd om te achterhalen hoe de leerling zich voelt en te analyseren of de situatie is verbeterd. Vervolgens wordt er ook met de steungroep een evaluatiegesprek gevoerd: zijn alle afspraken nagekomen en is de situatie opgelost? 

De herstelaanpak
Als er leerlingen zijn die ondanks de gemaakte afspraken toch doorgaan met pesten, kan er vanuit KiVa voor die leerlingen een specifieke aanpak ingezet: de herstelaanpak. De herstelaanpak is een laatste stap om het pesten te stoppen en wordt alleen gebruikt in die uitzonderlijke situaties dat de steungroepaanpak niet werkt. De aanpak hoeft (gelukkig) bijna nooit ingezet te worden. Ook voor de inzet van de herstelaanpak biedt KiVa duidelijke richtlijnen.

Kenmerkend voor de herstelaanpak is dat het KiVa-team een deel van de verantwoordelijkheid terugneemt en samen met de pesters een plan van aanpak maakt om het pesten te stoppen. Dit wordt gedaan door het opstellen van een herstelplan. Dit herstelplan wordt ondertekend door de ouders/verzorgers van de leerling en de leerling zelf. 

Wilt u meer informatie? Neem dan contact met ons op.

"KiVa zorgt ervoor dat er een prettige sfeer in de groep is/komt en dat dit zo blijft. Mochten er toch kinderen zijn die niet goed in hun vel zitten omdat ze het gevoel hebben gepest te worden, dan biedt KiVa daar een goede methode voor via de steungroep."


Terug naar boven